De beleidslacune van klimaatmigratie

De mens moet massaal gaan verhuizen voor een leefbaar klimaat” kopte Trouw 4 mei 2020[1]. De eerste gevolgen van klimaatverandering beginnen zich wereldwijd af te tekenen, zoals onderlopende dorpen door een stijgende zeespiegel, mislukte oogsten door lange periodes van droogte of aardverschuivingen door extreme regenval. Hierdoor worden hele bevolkingsgroepen steeds vaker gedwongen te verplaatsen naar andere gebieden om hun bestaan voort te zetten. Hoewel verschillende Europese en internationale organisaties zich bezighouden met klimaat- en migratievraagstukken, is het nog onduidelijk wat de exacte impact van klimaatverandering de komende decennia zal zijn op wereldwijde migratiebewegingen[2]. De aantallen van de zogeheten ‘klimaatmigranten’ of ‘klimaatvluchtelingen’ lopen in voorspellingen van deze onderzoeken uiteen van duizenden tot miljoenen[3]. Ondanks dat de eerste gevallen van klimaatmigratie zich al voordoen, blijkt er sprake te zijn van een gebrek aan nationaal en internationaal beleid op het gebied van klimaatmigratie[4]. Deze publicatie zal allereerst bespreken wat er moet gebeuren om klimaatmigratie op de juiste manier te benaderen. Vervolgens zullen er suggesties worden gegeven over de beste manier waarop Nederland en Europa zich kan voorbereiden op de verwachte klimaatmigratie.


Om de komende klimaatvluchtelingenproblematiek proactief te kunnen benaderen moet de Nederlandse overheid onderzoeken naar de ontwikkelingen van klimaatmigratie op de voet volgen. Hierbij kan gedacht worden aan de inzichten van de Warsaw International Mechanism for Loss and Damage[5], een VN-taskforce gerelateerd aan het Klimaatverdrag en gericht op de impact die klimaatverandering op mensenlevens heeft. Ook zou Nederland onderzoek naar klimaatmigratie en specifiek de (in)directe impact hiervan op Nederland kunnen subsidiëren. Hoe meer kennis over de omvang en verloop van klimaatmigratie, hoe beter hierop voorbereid kan worden.


Naast het doen van onderzoek, is het van belang om tegelijkertijd te beginnen met het treffen van de nodige voorbereidingen. Zo is Nederland in staat adequaat te handelen wanneer de realiteit de staat van het onderzoek inhaalt en Europa op kortere termijn dan verwacht geconfronteerd wordt met de impact van klimaatmigratie. Het treffen van voorbereidingen kan een uitdaging zijn wanneer de precieze omvang van het probleem onduidelijk is. Hiermee wachten is echter niet verstandig, want zoals het gezegde luidt: ‘het dak kan beter gerepareerd worden wanneer de zon schijnt.’


Bij het treffen van voorbereidingen is het van belang om rekening te houden met zowel preventie als adaptatie. In het kader van preventie, zullen allereerst de afspraken uit het Klimaatverdrag van de VN, waaronder het Akkoord van Parijs, nagekomen moeten worden om klimaatverandering zoveel mogelijk te voorkomen. De realiteit is echter dat het volledig voorkomen van klimaatverandering niet meer mogelijk is, en daarom is het ook van belang om op andere manieren te zorgen voor preventie van migratie door klimaatverandering. Nederlandse expertise op het gebied van innovatie, landbouw, en watermanagement kan ingezet worden om risicogebieden te beschermen. Zo zet Nederland zichzelf op de kaart en kan zij bovenal bijdragen aan het zelfredzaam maken en de weerbaarheid vergroten van getroffen landen.


Naast preventie zijn investeringen in adaptatie nodig om te zorgen dat Nederland en Europa beleid hebben klaarliggen wanneer de eerste klimaatvluchtelingen de Europese grens bereiken. Aangezien een internationaal probleem om internationale aanpak vraagt, moet Nederland ook multilateraal samenwerken om te zorgen dat dit onderwerp ook binnen de Europese Unie geagendeerd wordt. Dit gaat een stap verder dan alleen bewustzijn creëren over dit onderwerp, iets wat in het verleden al wel eens is gedaan[6]. Zo moet er in Europees verband nagedacht worden over het opnemen van een passende definitie van klimaatvluchteling in wetgeving aangezien deze nog ontbreekt. De keuze tussen een krappe en ruime definitie maakt het verschil tussen directe en indirecte migratie door klimaatproblematiek. Tot slot: het is essentieel dat er op Europees niveau afspraken worden gemaakt over de opvang van klimaatvluchtelingen. Dit zal echter geen simpele taak zijn, aangezien migratie nu al zorgt voor grote spanningen tussen de Europese lidstaten.


Dit stuk is geschreven door: Donna Lippes en Wouter Jansen (track DIE). Met hulp van Alex Iliopoulos, Lashinda van den Ham, en Tony de Die (track DIE)

Disclaimer - stukken geschreven door the West Wing zijn geschreven op basis van de persoonlijke opvattingen van haar schrijvers en representeren niet het gedachtegoed van het ministerie van Buitenlandse Zaken.



[1]https://www.trouw.nl/nieuws/de-mens-moet-massaal-gaan-verhuizen-voor-een-leefbaar-klimaat~b5285606/

[2] https://media.rff.org/documents/WP_19-13.pdf

[3] https://www.un.org/sustainabledevelopment/blog/2019/06/lets-talk-about-climate-migrants-not-climate-refugees/

[4]https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/gezin-uit-tuvalu-eerste-klimaatvluchtelingen-ter-wereld~b5646410/

[5] https://unfccc.int/topics/adaptation-and-resilience/workstreams/loss-and-damage-ld/warsaw-international-mechanism-for-loss-and-damage-associated-with-climate-change-impacts-wim#:~:text=The%20COP%20established%20the%20Warsaw,that%20are%20particularly%20vulnerable%20to

[6] https://www.eesc.europa.eu/en/agenda/our-events/events/public-meeting-climate-refugees & http://unionsforenergydemocracy.org/unions-stage-europes-first-climate-refugees-conference/