Solidariteit & COVID-19

Met de jaarwisseling achter ons is het aantrekkelijk om te reflecteren op het afgelopen jaar - met de blik op de toekomst gericht. Een jaar geleden hadden we niet kunnen voorspellen dat het een jaar van sociaal isolement werd en massale ontsteltenis. Voor velen voelt het haast als een eeuwigheid geleden: het moment waarop via de televisieschermen de eerste beelden van overvolle Italiaanse ziekenhuizen de Nederlandse huiskamers binnen kwamen en de historische eerste toespraak die minister-president Mark Rutte hield vanuit het torentje - de laatste keer was in 1973, toen oud premier Joop den Uyl de Nederlandse natie toesprak over de toenmalige oliecrisis. De premier deed op 16 maart een beroep op de solidariteit van de Nederlandse bevolking. De samenleving werd opgeroepen om samen te strijden tegen het nieuwe virus.


De COVID-19 crisis werd een pandemie, een wereldwijd gevecht. Het is daarom van belang dat niet slechts de Nederlandse bevolking het samen doet, maar is het noodzakelijk dat de gehele internationale gemeenschap solidair is. Met het nieuwe jaar in het vooruitzicht is er reden tot optimisme. Waar afgelopen jaar gekenmerkt werd door angst en ongekende uitdagingen, biedt het nieuwe jaar volop kansen om samen de schouders eronder te zetten. Ook in de internationale context.


In 2005 hebben de Verenigde Naties 20 december uitgeroepen tot de ‘Internationale Dag van de Menselijke Solidariteit’. Middels deze dag trachten de VN de aandacht te vestigen op een van hun basisprincipes: het solidariteitsbeginsel. Dit heeft betrekking op het bewustzijn dat ondanks de verschillen in cultuur, samenstelling en verschillende belangen tussen staten, zij toch inzien dat het in het algemeen belang is om op elkaar te kunnen vertrouwen voor het uitvoeren van specifieke taken binnen dit systeem. Dit houdt in dat staten inzien dat het gehele internationale systeem, inclusief zijzelf, gebaat is bij het helpen van andere staten. De internationale crisis die COVID-19 teweeg brengt, toetst op een kritische manier de onderlinge solidariteit binnen de wereldgemeenschap. Verschillende landen ervoeren de strijd met het virus immers als een staat van beleg waarbij een volledige mobilisatie plaatsvond van de menselijke en materiële middelen. Terwijl aan de ene kant landsgrenzen sloten en landen voor hun eigen inwoners mondkapjes en vaccins veilig probeerden te stellen, kwamen ook veel overheden tot de conclusie dat zij alleen dit virus niet het hoofd kunnen bieden.


De samenwerking van rijke en arme landen in de strijd tegen COVID-19 wordt door sommigen het belangrijkste multilaterale project sinds het Klimaatakkoord van Parijs genoemd. Inherent aan een pandemie is dat deze globaal is en het coronavirus geen boodschap heeft aan nationale staatsgrenzen, politieke allianties of tot welke bevolkingsgroep iemand behoort. Rijke en arme landen zullen moeten samenwerken op grote schaal om tot een toereikende internationale vaccinatiegraad te komen. Hier ligt een grote uitdaging voor de internationale gemeenschap: lukt het om dit tot stand te brengen? Ondanks verschillende geopolitieke belangen, militaire conflicten en wereldbeschouwelijke opvattingen is er een belangrijke gemene deler onder landen zoals China, Rusland en de VS, maar ook Luxemburg, Bangladesh en Argentinië: het is in ieders belang de corona crisis zo snel mogelijk te beslechten.


In de chaos die is ontstaan dit jaar lijkt het alsof de woorden die VN-verdragen sieren niet altijd omgezet worden in daden: beloftes van solidariteit, opgeschreven in betere tijden. Toch zijn er ook voorbeelden die illustreren dat de internationale gemeenschap in staat is solidair te zijn tijdens deze pandemie. Europese landen hielpen elkaar om hun burgers weer thuis te krijgen, Nederlandse patiënten lagen bij gebrek aan capaciteit in Duitse ziekenhuizen en Nederland heeft beademingsapparatuur gedoneerd aan Tsjechië. Het zijn deze acties die hoop geven en laten zien dat in tijden van crises solidariteit niet alleen een leeg concept is, een onmogelijke ambitie die slechts toegewezen is aan 20ste van december. Laten we daarom deze voorbeelden gebruiken als inspiratie voor 2021. Wanneer de internationale gemeenschap samenkomt om problemen aan te pakken, ondervindt de gehele wereldbevolking daar de positieve gevolgen van. We staan samen op deze wereld en moeten samen de grote uitdagingen van het leven aangaan en overwinnen. Juist in de internationale context.


Geschreven door: Ayda Frings, Thijs Ahsmann, Sam Appels, Rick Jan Molanus (Track MOS/DEU)


Disclaimer - stukken geschreven door the West Wing zijn geschreven op basis van de persoonlijke opvattingen van haar schrijvers en representeren niet het gedachtegoed van het ministerie van Buitenlandse Zaken.