IMVO: Een terugblik op de toekomst

“Na tien jaar zijn we er dan eindelijk,” zo kopt de Volkskrant in 2030. “Nederlandse bedrijven hebben duurzame, ethische en transparante productieketens gerealiseerd en nemen hun verantwoordelijkheid wereldwijd. Daar hebben we de richtlijnen en convenanten van het IMVO aan te danken.” De krant spreekt met verbazing van het enorme succes van dit beleid. De IMVO convenanten die in 2020 nog door slechts 1,6% van alle Nederlandse bedrijven in hoge risicosectoren onderstreept werden, worden nu als essentiële bouwstenen van ondernemerschap gezien. “Ondernemen betekent voor mij waarde creëren,” citeert de krant een grote Nederlandse speler in de hoverboard-markt, “En waarde druk je niet alleen uit in geld.”


In 2020 werd uit evaluatie duidelijk dat het bestaande IMVO-beleid tot dan toe niet voldoende effectief was geweest. Te weinig bedrijven waren actief bezig om de effecten van hun ondernemingen in het buitenland in kaart te brengen, ze waren zich niet bewust van potentiële risico’s of hadden simpelweg niet de middelen om dergelijke taken uit te voeren. Een nieuwe impuls in de vorm van uitgebreider overheidsbeleid bracht hier verandering in.


Een belangrijke verandering die werd doorgevoerd was de zogenaamde due diligence verplichting. Door dergelijke eisen te stellen aan bedrijven werd ervoor gezorgd dat zij zich genoodzaakt zagen de risico’s in hun productieketens in kaart te brengen. Die verplichting zorgde voor de initiële interesse in het IMVO-beleid, maar is op zichzelf niet verantwoordelijk voor het grote succes van verantwoord ondernemen in Nederland.


Wat uiteindelijk heeft plaatsgevonden was niet zozeer een revolutie in beleid, maar vooral een culturele omwenteling, begeleid en ondersteund door een alert ministerie. Maatschappelijke verantwoordelijkheid en ondernemen zijn voor de Nederlanders niet meer van elkaar te scheiden, op dezelfde manier dat Sinterklaas en pepernoten simpelweg samengaan. De corona-crisis maakte duidelijk aan zowel het bedrijfsleven als de bredere samenleving dat sommige problemen alleen met samenwerking beantwoord kunnen worden. Het werd duidelijk dat bedrijven niet in een vacuüm bestaan. Individuele verantwoordelijkheid stond plotseling gelijk aan sociale verantwoordelijkheid, want zo leerden we: one bad apple spoils the bunch. Vertrouwen en samenwerking werden de norm, eigenbelang en concurrentie verloren hun glans. Het antwoord van het ministerie kwam in de vorm van een uitbreiding en versterking van de IMVO-convenanten.


Deze IMVO-convenanten waren de basis voor een gedeeld klimaat van verantwoord ondernemen. Naarmate het aantal bedrijven dat zich aansloot toenam, groeiden ook de mogelijkheden om kennis uit te wisselen over IMVO, SDG’s en netwerken te ontwikkelen. In 2024 zag het ministerie haar kans schoon om op deze ontwikkelingen in te spelen door het IIVO op te zetten, het Internationaal Instituut voor Verantwoord Ondernemen. Drie jaar later, in 2027, vestigde dit instituut zich in het iconische pand aan het Jaarbeursplein in Utrecht, wat vandaag de dag internationaal hoog aanzien geniet.


Het doel van dit instituut is het inzichtelijk en transparant maken van alle productieketen ter wereld. Een haast onmogelijke taak, die alleen denkbaar werd door het innovatieve model. Op basis van fijnmazige informatie van het MKB en grootschalige analyses van grotere partijen, biedt dit instituut diezelfde organisaties de meest relevante inzichten in hun productieketens wat hen helpt in het vinden van nieuwe kansen voor verdere ontwikkeling en verduurzaming van hun onderneming. Door steeds uitgebreidere kennis op te doen over productieketens wereldwijd en de drempel voor analyses laag te houden groeide het IIVO uit tot internationaal kenniscentrum.


Naast het bieden van analyses is het instituut ook de ideale plek om elkaar te ontmoeten. Dit gebeurt veelal op indirecte wijze door het organiseren van evenementen waar vele partijen aan meedoen. Daarnaast levert het instituut op aanvraag specifieke netwerkdiensten, door bedrijven aan relevante partners te koppelen. “Even langs het jaarbeursplein” staat in de hedendaagse zakenwereld synoniem aan een goede middag netwerken. Daarnaast produceert het IIVO elk jaar overzichtsrapporten voor verschillende sectoren –met behulp van overkoepelende organisaties, en diverse regio’s – middels ambassades en lokale partijen. Deze rapporten die inzicht geven in de productieketens helpen beginnende partijen voet aan de grond te krijgen. Voor gevestigde partijen helpen de rapporten om kennis te stroomlijnen en gemeenschappelijke kaders neer te zetten. Inmiddels zet elke ondernemer die internationaal verantwoord wil ondernemen de eerste stap richting het Jaarbeursplein.


De doorontwikkeling van de IMVO-convenanten op papier tot een daadwerkelijk instituut heeft een ontmoetingsplek gecreëerd voor bedrijven, onderzoekers, NGO’s, ambtenaren en journalisten. Het IIVO was de lijm in een samenwerking tussen de private sector, maatschappelijke organisaties, lokale en nationale overheden die samen een IMVO-volgsysteem ontwikkelden waarin bedrijven eenvoudig informatie over de herkomst van hun grondstoffen, goederen en zakenrelaties konden vinden. De diensten die het instituut aan aangesloten bedrijven leverden waren waardevol genoeg om de beweging richting samenwerking en afhankelijkheid kracht bij te zetten. Zo werd het do no harm principe dat aan de grondslag lag van het IMVO-beleid in 2020 een essentiële positieve bouwsteen van hedendaags ondernemerschap.


“Geen enkele ondernemer doet bewust kwaad,” meent onze hoverboard producent. “Maar de realiteit was dat het zo goed als onmogelijk was om in 2020 je social footprint in kaart te brengen. De doorontwikkeling van het IMVO-beleid heeft ons op de eerste trede van de ladder gezet, waarna we zelf omhoog zijn geklommen. Dat is de kracht van ondernemen”.


Geschreven door: Maaike Zuijdendorp, Joppe de Bruin, Daan van der Laan, en Emmelie van den Bergh (track JAK/DIO)


Disclaimer - stukken geschreven door the West Wing zijn geschreven op basis van de persoonlijke opvattingen van haar schrijvers en representeren niet het gedachtegoed van het ministerie van Buitenlandse Zaken.