• Black Facebook Icon
  • Black Twitter Icon
  • Black Instagram Icon

© 2019-2020 the West Wing

Ministerie van Buitenlandse Zaken

Rijnstraat 8, Den Haag

Kick-off 2015

The West Wing is een denktank door studenten en young professionals voor de Directie Westelijk Halfrond (DWH) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Deze denktank zal input gaan geven aan beginnende beleidsdiscussies en gaat de DWH van gevraagd en ongevraagd advies voorzien.


Bijna 100 jonge academici waren op 16 oktober te gast op het Ministerie. Samen met beleidsmedewerkers van het ministerie vormen ze the West Wing. ‘Onze interactie is veel waard’, zei directeur DWH Joost Reintjes tijdens de opening. Directeur Bram Boxhoorn van de Atlantische Commissie sprak aansluitend over het verschijnsel ‘denktank’, en maakte hier het onderscheid tussen denktanks en ‘do-tanks’.


Het programma van de eerste bijeenkomst van the West Wing zag er als volgt uit. In 5 groepen praatten de academici met BZ’ers over de thema’s economische samenwerking, drugs en veiligheid, mensenrechten, waardengemeenschap en het koninkrijk. Na de lunchpauze formuleerden de groepen concrete voorstellen over deze thema’s. Tijdens de laatste sessie, de zogenaamde ‘Summit’, presenteerde elk team zijn voorstellen en konden de andere teams kritische vragen stellen. De vijf vragen hieronder kwamen aan bod.

Hoe verhouden de prioriteiten van Latijns-Amerika zich tot de beleidsprioriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden in de aanloop tot UNGASS 2016? Zijn er gemeenschappelijke belangen en zo ja, hoe kunnen deze verenigd worden voor UNGASS 2016?

Tijdens de Theory Lab is gesproken over de internationale drugsproblematiek, toegespitst op de United Nations General Assembly Special Session (UNGASS) over drugs in 2016. Met name Mexico, Colombia en Guatemala voeren het voortouw in de discussie voor de zoektocht naar alternatieve benaderingen richting UNGASS. Er vinden veel hervormingen plaats op kleine schaal met betrekking tot cannabis beleid, decriminalisering van drugsgebruikers, en in het algemeen is aandacht voor mensenrechten en een gezondheidsbenadering (harm reduction) centraler komen te staan. Drugshandel gaat echter nog steeds gepaard met toename van onveiligheid in de regio, dit leidt ertoe dat Latijns Amerikaanse landen i.p.v. de traditionele harde aanpak (mano dura) meer ruimte willen voor ‘evidence based policies’, waarbij overlast voor de burgers zoveel mogelijk wordt beperkt.

De komende tijd gaat the West Wing zich vooral richten op de gemeenschappelijke belangen van het Koninkrijk en Latijns-Amerikaanse landen, gericht op het beleid in de aanpak van de drugsproblematiek. Er zal met partners zoals de Verenigde Staten samengewerkt moeten worden oplossingen. Zowel vanuit de vraag en aanbodzijde, de doorvoerproblematiek (transitlanden) en de aanpak van criminele netwerken.       

Hoe kan het Trans-Atlantische Handelsverdrag (TTIP) de gedeelde trans-Atlantische waardengemeenschap (inclusief het belang van vrijhandel) beïnvloeden en hoe kan Nederland daar op inspelen?

TTIP is tijdens deze dag bekeken vanuit een snel veranderende geopolitieke context. De VS en de EU kunnen met TTIP hun relatie verder verankeren en daarmee hun gezamenlijke invloed op mondiale economische en normatieve ontwikkelingen vergroten. TTIP schept daarmee kansen en werkt als instrument om de verworvenheden van een liberale en rules based economie en rechtstaat te waarborgen.

De machtsbalans in de wereld is aan het verschuiven: de economische opkomst van de BRICS-landen, politiek-militaire assertiviteit van Rusland, en de groeiende Chinese invloed op internationale instituties. De VS en de EU moeten hierin het initiatief nemen. Onder leiding van de Eu en de VS kan TTIP een belangrijke stap naar een inclusieve mondiale markt zijn die de standaard voor anderen kan bepalen.

Het duurzaamheidsdossier verdient aandacht binnen TTIP. De West Wingers gaan op zoek naar ruimte binnen dit thema en nemen conclusies mee uit vorige en toekomstige klimaatdeals (zoals COP21). Ook voor de Caribische delen van het Koninkrijk is TTIP een belangrijk dossier. Daarom moet onderzocht worden in hoeverre zij betrokken kunnen zijn bij de onderhandelingen tussen de EU en de VS. Innovatiekracht moet hierin een (ver)bindende factor tussen Nederland en de Trans-Atlantische partners zijn, waarbij Startups en jonge ondernemers een leidende rol kunnen spelen.
Hoe kan Nederland inspelen op de groeiende invloed van spelers zoals de BRICs op het (internationale) mensenrechtentoneel?

De groep mensenrechten ging in op de invloed van opkomende grootmachten op het internationaal toneel. Hierbij werd vooral stil gestaan bij de vraag hoe Brazilië aangemoedigd kan worden om meer verantwoordelijkheid te nemen voor de versterking van het internationaal mensenrechtensysteem. Hiertoe zijn veel mogelijkheden, zoals samenwerking binnen de VN en de mogelijkheden voor samenwerking op grassroot niveau. Het meest kansrijke is beïnvloeding via de EU. The West Wing gaat zich richten op de samenwerking met Brazilië binnen de VN. Daarbij kan gedacht worden aan mogelijkheden voor samenwerking op het gebied van hervorming van de VN-Veiligheidsraad en Responsibility to Protect (R2P). Mocht Nederland verkozen worden in de VN-Veiligheidsraad, hoe kan Nederland dan een brug helpen slaan tussen R2P en het Braziliaanse concept Reponsibility while Protecting?
Hoe ziet de toekomst van ‘global governance’ eruit en welke rol spelen opkomende landen binnen het Westelijk Halfrond hierin? Hoe kan Nederland inspelen op veranderingen binnen het multilaterale stelsel?

De realiteit waarbinnen het multilaterale stelsel werd gecreëerd is veranderd. Jarenlang vormde de VN-instanties de structuur van ‘global governance’ of internationale (rechts)orde maar gaandeweg zorgen machtsverschuivingen voor verandering. Opkomende landen maar ook nieuwe spelers zoals multinationals betreden steeds uitdrukkelijker het wereldtoneel. Welke gevolgen heeft dit voor het Koninkrijk? De relatie met het Westelijk Halfrond laat zich typeren door onze gedeelde waarden; vrijhandel, bescherming van mensenrechten en het belang van een sterke internationale rechtsorde domineren. In de relatie met Noord-Amerika ziet men een zekere vanzelfsprekendheid, met Zuid-Amerika vooral veel potentieel.
The West Wing zag verschillende mogelijkheden om hierop in te spelen. Zo werd geopperd om per thema partners te zoeken binnen het Westelijk Halfrond om gezamenlijk voor Nederland belangrijke boodschappen uit te dragen. Als meest waardevolle suggestie werd de kracht van innovatie en (water)diplomatie genoemd: door uit te dragen wat landen van het Westelijk Halfrond aan Nederland kunnen hebben en vice versa worden bestaande banden versterkt.
Hoe kan het Koninkrijk der Nederlanden de belangen van zowel Nederland als de Caribische landen behartigen rondom het thema klimaatverandering – bijvoorbeeld bij COP21, december 2015?

Het Koninkrijk verdient aandacht van the West Wing. Een van de redenen hiervoor is de rol die de Caribische delen van het Koninkrijk spelen op het gebied van hernieuwbare energie. Maar hoe de uitdaging aan te pakken om met de verschillende landen binnen het Koninkrijk, geografisch en geopolitiek, als een partij op te treden op de internationale (weer)kaart? Klimaatconferenties, zoals COP21, bieden een uitgelezen kans om ‘Koninkrijksprioriteiten’, de gemeenschappelijke belangen die het Koninkrijk heeft, uit te dragen. Het Koninkrijk zit bij COP21 weliswaar aan tafel, maar het is de EU, en niet het Koninkrijk, die in deze belangrijke klimaatconferentie optreedt als onderhandelaar en daarbij bovendien alleen Europees Nederland vertegenwoordigt.

Op zoek naar oplossingen stelde de groep gedeelde Koninkrijksprioriteiten vast: milieu, duurzame energie, voedselzekerheid en voeding, zoetwaterreserves en afvalbeheer. De OCTA (Overseas Countries and Territories Association) – samen met het Koninkrijk – zou een side event kunnen organiseren in het Koninkrijkspaviljoen tijdens COP21. De lobby van OCTA zou zich dan niet alleen op de EU richten, maar op alle deelnemers aan de COP. Om dit meer kracht bij te zetten zouden de overige drie EU-lidstaten met landen en gebieden overzee – Denemarken, Frankrijk en het Verenigde Koninkrijk –hierbij kunnen aansluiten.
Op Aruba hebben twee groepen zich met de zelfde vraag bezig gehouden. Het leggen van verbanden en relaties tussen de verschillende actoren die deelnemen aan de onderhandelingen – Caribisch Koninkrijk, OCTA, EU, SIDS, G77 en Least Developed Countries – moest hierbij als uitgangspunt gelden. Zij zullen verder kijken naar de mogelijkheid om blokvorming te bewerkstelligen met stemgerechtigde SIDS. Dit zo mogelijk ook via Nederland spelen.